College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.
De AWBZ-zorg (kompas)
Iedere ingezetene van Nederland kan hulp of zorg krijgen bij ziekte of een handicap via de AWBZ. Bijvoorbeeld wanneer iemand verpleging nodig heeft. Maar ook als verblijf in een instelling nodig is. De AWBZ-zorg is ingedeeld in functiegerichte aanspraken. Om AWBZ-zorg te kunnen krijgen heeft een verzekerde een indicatie nodig.
Lees verder...
- Grondslagen AWBZ
- AWBZ en andere regelingen
- Zorgaspecten
- ADL-assistentie
- Begeleiding
- Behandeling
- Doventolkzorg
- Neonatale hielprik
- Hulpmiddelen in een instelling
- Persoonlijke verzorging
- Vaccinaties
- Verblijf (AWBZ)
- Verblijf en behandeling
- Verpleegartikelen
- Verpleging (AWBZ)
- Vervoer (AWBZ)
- Voortgezet verblijf
- Persoonsgebonden budget
Het doel van het AWBZ-kompas
In het AWBZ-kompas legt het CVZ de aanspraken op grond van de AWBZ uit. Het CVZ gaat ook in op hoe de wettelijke aanspraken zich verhouden tot andere wettelijke regelingen en andere zorgvormen.
Voor wie is het AWBZ-kompas bedoeld?
Het AWBZ-kompas richt zich op professionals in de zorg zoals verzekeraars, zorgkantoren, indicatiestellers, zorgaanbieders, brancheorganisaties en cliëntorganisaties. Andere geïnteresseerden kunnen natuurlijk ook gebruik maken van de informatie in het AWBZ-kompas.
Voor een breder publiek brengt het CVZ publieksbrochures over de AWBZ-zorg uit.
AWBZ-zorg
Grondslag als voorwaarde voor aanspraak
Om voor AWBZ-zorg in aanmerking te komen moet iemand een lichamelijke, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking hebben. Of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. Dit worden de AWBZ grondslagen genoemd. De soorten AWBZ-zorg zijn:
- begeleiding,
- behandeling,
- persoonlijke verzorging,
- verblijf,
- verblijf en behandeling,
- verpleging,
- vervoer,
- voortgezet verblijf.
Dit worden functiegerichte aanspraken genoemd.
Het CIZ of BJz beslist over de zorg
Het CIZ bepaalt meestal voor welke vorm van zorg iemand in aanmerking komt: de indicatie. De indicatie kan bestaan uit één of meerdere functies, bijvoorbeeld verpleging én persoonlijke verzorging. Voor jeugdigen met een psychiatrisch probleem stelt het Bureau Jeugdzorg (BJz) de indicatie. De inhoud van de indicatie hangt af van de aard van de aandoening, stoornis, beperking en de sociale omgeving.
Overlap in soorten zorg: 80/20 regel
Enige overlap tussen twee functies komt voor. Meestal is het duidelijk dat bepaalde zorg tot een bepaalde functie behoort. Maar soms kan een klein deel van de totale zorg eenvoudig meegenomen worden bij de overige zorg. Bijvoorbeeld het kammen van de haren bij verpleging. Voor het deel van de zorg waarvan echt niet duidelijk is of het tot de ene of tot de andere functie behoort, is de meest praktische benadering die zorg tot de functie te rekenen waartoe de rest van de activiteiten ook behoren. Dat is de zogenaamde 80/20 regel.
Het zorgkantoor regelt de zorg
In elke regio regelt één zorgkantoor dat iemand de zorg krijgt zoals dat in het indicatiebesluit staat.
Soms komt het voor dat de zorg in het zorgzwaartepakket (ZZP) niet toereikend is. Het is dan de taak van het zorgkantoor om te beoordelen of extra zorg noodzakelijk is bovenop het geïndiceerde ZZP. Het CIZ geeft geen indicatie af voor die extra zorg.
Het doel van de zorg
Het is niet van belang wat voor soort instelling de zorg levert. Het gaat om het doel van de zorg die geleverd wordt. Bijvoorbeeld: behandeling kan worden gegeven om een aandoening, stoornis of beperking te verminderen of verergering te voorkomen. Bij begeleiding wordt de beperking als een gegeven beschouwd en de gevolgen ervan voor de zelfredzaamheid gecompenseerd.
Afhankelijk van het doel kan de inhoud van een functie verschillend zijn. Voorbeeld: Iemand met een hoge dwarslaesie kan begeleiding in de zin van praktische hulp nodig hebben. Bij een verzekerde met een verstandelijke beperking, kan begeleiding het structureren van de dag inhouden.
Deze pagina is geactualiseerd op: 24 juli 2012

