College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.

Begeleiding

De AWBZ-aanspraak begeleiding houdt in dat een instelling activiteiten verleent aan verzekerden om verwaarlozing of opname in een instelling te voorkomen. Begeleiding is er op gericht de zelfredzaamheid van de verzekerde te handhaven of te bevorderen. De begeleiding is bestemd voor verzekerden met matige of zware beperkingen. Maatschappelijke participatie is géén doelstelling van de AWBZ.

Het begrip zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid is volgens Vilans het vermogen om dagelijks algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen, bv. wassen, aankleden en koken. Daarnaast onderscheidt Vilans het begrip 'psychosociale zelfredzaamheid': het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis, bij winkelen, vrijetijdsbesteding, in relatie met vrienden, collega’s enz.
Het is mogelijk een logisch verband te leggen tussen de terminologie van de internationale classificatie van het menselijk functioneren en de termen zelfredzaamheid, psychosociale zelfredzaamheid en integratie in de samenleving.

Classificatie van activiteiten en participatie

Begeleiding richt zich op activiteiten en participatie. Deze activiteiten- en participatievelden worden onderverdeeld in taken en handelingen. Dit staat beschreven in de International Classification of Functioning (ICF).

Activiteiten- en participatievelden met aanspraak AWBZ-zorg

Als het gaat om matige of zware beperkingen bij zelfredzaamheid kan er aanspraak bestaan op AWBZ-zorg bij taken en handelingen voor de activiteiten- of participatievelden:

  • het leren en toepassen van kennis (d1);
  • algemene taken en eisen (d2);
  • communicatie (d3);
  • mobiliteit (d4);
  • tussenmenselijke interacties en relaties (d7).

Het onderhouden van persoonlijke contacten en participeren in familieverband en vriendenkring valt onder de persoonlijke levenssfeer (communicatie, tussenmenselijke interacties en relaties). Er kan dan aanspraak op begeleiding vanuit de AWBZ bestaan.
Aanspraak op begeleiding kan ook bestaan om gesprekken voor te kunnen bereiden met instanties op het terrein van wonen, school, werk, enz.

Activiteiten en participatievelden zonder aanspraak AWBZ-zorg

Participatievelden waar AWBZ-aanspraak niet mogelijk is, zijn:

  • belangrijke levensgebieden (d8); en
  • maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven (d9).

Het gaat daarbij om activiteiten buiten de eigen sociale omgeving, zoals opleiding, beroep en werk, economisch leven en vrijwilligerswerk.

Mobiliteit

Taken en handelingen voor beperkingen op dit participatieveld (d4) worden deels door de AWBZ gecompenseerd:

  • veranderen en handhaven van lichaamshouding (d410-d429): dit behoort tot de aanspraak persoonlijke verzorging;
  • dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand (d430-d449): dit kan worden gecompenseerd met hulpmiddelen op grond van de Zvw of door AWBZ-begeleiding. Het gaat dan om praktische ondersteuning. De verzekerde moet matige of zware beperkingen hebben.
  • lopen en zich verplaatsen (d430-d449): dit wordt deels gecompenseerd door loophulpmiddelen vanuit de Zvw en deels vanuit de Wmo.

Vormen van begeleiding

1. Bevorderen, behouden of compenseren van zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid is het vermogen om dagelijks algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen.
Begeleiding richt zich op de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de verzekerde in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Bijvoorbeeld door te oefenen met vaardigheden of het aanbrengen van structuur. Ook praktische ondersteuning is mogelijk, bijvoorbeeld  het aanreiken van zaken aan een rolstoelgebonden persoon.
Begeleiding kan bijvoorbeeld ook gaan om het compenseren en actief herstellen van het beperkt of afwezige regelvermogen. Er wordt dan bijvoorbeeld hulp geboden bij het helpen plannen van activiteiten, regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag.
Het (leren) structureren en organiseren van het huishouden kan AWBZ-zorg zijn. Als het huishouden moet worden overgenomen is dit onderdeel van de Wmo.

2. Toezicht en interventie

Toezicht en interventie wordt geboden in de vorm van correctie van het gedrag bij gedragsstoornissen die hun oorsprong vinden in de grondslagen: een psychiatrische of een psychogeriatrische aandoening, of een verstandelijke handicap. Bij andere oorzaken zoals opvoedingsproblemen of maatschappelijk onaangepast gedrag is er geen aanspraak op begeleiding. Van toezicht in de vorm van begeleiding is alleen sprake wanneer de verzekerde niet in een instelling verblijft. In een instelling maakt toezicht onderdeel uit van de functie verblijf
Interventies kunnen ook activerend van aard zijn, zoals het stimuleren om bepaalde activiteiten te ondernemen of sociale contacten te onderhouden. Het verschil met behandeling is dat er geen sprake is van een programmatische benadering om een specifiek doel te bereiken, maar van een voortdurende situatie, waarin nog bestaande (of door behandeling herwonnen) functionaliteit wordt onderhouden of ingeslepen door herhaling.

Begeleiding kan op verschillende manieren worden ingezet

1. Directe omgeving

Kortdurende begeleiding kan zich ook richten op de directe omgeving van de verzekerde. De begeleiding is dan gericht op het aanleren van vaardigheden of gedrag van de verzorger(s) hoe om te gaan met de gevolgen van de aandoening, stoornis of beperking van de verzekerde. De indicatie is op naam van de verzekerde.

2. Individueel of in groepsverband

Begeleiding in groepsverband kan aangewezen zijn omdat de verzekerde vanwege de aard, omvang en duur van zijn beperkingen niet in staat is om tot een vorm van dagstructurering te komen, ook niet door onderwijs of arbeid. Deze begeleiding (in dagdelen) wordt aangeduid met de term 'BG-Groep'. Maaltijden op gebruikelijke tijdstippen maken onderdeel uit van begeleiding in dagdelen. Er mag hiervoor geen bijdrage van de verzekerde worden gevraagd. Ook nachtzorg valt onder begeleiding in groepsverband. Verblijf gedurende het etmaal valt onder de functie verblijf.
Individuele begeleiding wordt aangeduid als 'BG-Ind'.

3. Begeleiding bij verblijf

Begeleiding bij verblijf is onderdeel van het samenhangende pakket dat de verblijfsinstelling biedt. Tot de aanspraak verblijf behoren ook enige recreatieve of sociaalculturele activiteiten. De verzekerde ontleent hieraan een bepaalde mate van structuur. Samen met het feit dat tot het verblijf ook een bepaalde mate van toezicht hoort, is dit van invloed op de mate waarin de verzekerde tijdens het verblijf is aangewezen op de functie begeleiding.

In het geval van kortdurend verblijf is de reële zorgbehoefte leidend voor het indiceren van één of meer functies die noodzakelijk zijn naast de functie kortdurend verblijf.

4. Begeleiding en respijtzorg

Begeleiding kan ook het doel hebben te voorkomen dat degene die gebruikelijke zorg verleent overbelast raakt. Meestal wordt dit aangeduid als respijtzorg.

5. Begeleiding bij vervoer naar dagbesteding in geval van verblijf

Als een instelling op basis van zijn toelating naast verblijf ook behandeling en begeleiding in dagdelen moet leveren, kan een verzekerde uit het oogpunt van doelmatigheid die dagbesteding niet bij een andere instelling betrekken ten laste van de AWBZ. De instelling mag die dagbesteding wel elders inkopen ten laste van haar eigen budget. De instelling moet daarbij ook verantwoord vervoer naar die dagbesteding bieden. Dat houdt ook in dat de instelling zonodig voor begeleiding bij het vervoer zorgt.

6. Begeleiding bij vervoer van thuiswonende verzekerde naar dagbesteding

Een instelling die dagbesteding levert dient verantwoord vervoer te bieden aan de verzekerden die een indicatie hebben gekregen voor vervoer. Als de aard van de problemen van de te vervoeren doelgroep naar en van de dagbesteding het nodig maakt dat er een begeleider bij is, is dat de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Voor de benodigde (extra) begeleiding tijdens het vervoer van en naar de extramurale dagbesteding bestaat dus geen indicatie voor AWBZ-zorg. Alleen als er sprake is van specifieke individuele problematiek waardoor te voorzien is dat een hulpverlener actief moet ingrijpen tijdens het vervoer, kan aanvullende AWBZ-zorg worden geïndiceerd.

Deze pagina is geactualiseerd op: 17 oktober 2011

U heeft het laatst bezocht