College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.

Bijzonderheden bij begeleiding

Als de verzekerde geen beroep op andere voorzieningen kan doen, pas dan is er beroep op AWBZ-zorg mogelijk.

De aanspraak op begeleiding is beperkt door wettelijk voorliggende voorzieningen (artikel 2, lid 1, Bza), door gebruikelijke zorg, algemeen gebruikelijke voorzieningen, en doelmatige zorgverlening (artikel 2, lid 2, Bza).
De aanspraak is verder beperkt tot verzekerden met matige en ernstige beperkingen op het terrein van de sociale redzaamheid, het bewegen en verplaatsen, het psychisch functioneren, het geheugen en de oriëntatie, of tot verzekerden die matig of zwaar probleemgedrag vertonen.

Als de verzekerde geen aanspraak kan maken op begeleiding in het kader van de AWBZ, zal hij een beroep moeten doen op zijn sociale netwerk of andere voorzieningen, zoals vrijwilligers of MEE-organisaties.

In veel gevallen is het mogelijk begeleiding of ondersteuning te krijgen op grond van andere wettelijke regelingen of door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals maatschappelijk werk.

Begeleiding komt niet in de plaats van taken en activiteiten die gebruikelijk door mensen zelf worden uitgevoerd of bekostigd (gebruikelijke zorg). Vrijtijdsbesteding komt ten laste van de persoon zelf, ook voor gehandicapten.
Het is gebruikelijk dat de partner van de verzekerde hem begeleidt naar sociale activiteiten.

Als de zelfredzaamheidsproblemen niet door de inzet van het eigen netwerk, door vrijwilligers of andere regelingen zijn te ondervangen, is aanspraak op begeleiding mogelijk. De omvang van de begeleiding die ten laste van de AWBZ kan komen is afhankelijk van de omstandigheden.
Ook is het gebruikelijk hulp van vrijwilligers te benutten bij maatschappelijke activiteiten. Als de verzekerde vrijwilligerswerk verricht, is het redelijk een beroep te doen op deze organisatie.

Wanneer vaktherapieën, zoals creatieve therapie en muziektherapie, onderdeel zijn van een behandelprogramma, komen ze wél ten laste van de AWBZ. Het gaat dan om (een onderdeel van) multidisciplinaire behandeling.

Begeleiding en Zvw

Verzekerden kunnen naast geneeskundige zorg in het kader van de Zvw aanspraak hebben op begeleiding. Een uitzondering hierop is als activiteiten onlosmakelijk onderdeel zijn van de behandeling. In dat geval kunnen ze onder de geneeskundige zorg vallen. Activiteiten zijn dan noodzakelijk om het behandeldoel te bereiken, ze worden aangestuurd door de behandelaar en er vindt terugkoppeling plaats naar de behandelaar.

Als er sprake is van begeleiding tijdens verblijf in verband met een psychiatrische aandoening/beperking, terwijl behandeling niet noodzakelijk is in de verblijfssetting, dan is de begeleiding, en eventuele andere zorg, vanaf de eerste dag ten laste van de AWBZ.

Als alsnog geneeskundige zorg tijdens dit verblijf nodig is, dan komt deze ambulante geneeskundige zorg, ongeacht de duur én zolang geen medisch noodzakelijk verblijf in verband met de geneeskundige zorg is aangewezen, ten laste van de Zvw. De overige, niet geneeskundige zorg, zoals begeleiding tijdens het verblijf blijft ten laste van de AWBZ.

Begeleiding en onderwijs

Het is gebruikelijk dat kinderen naast school ook vaardigheden leren, zoals omgaan met verkeer. In principe is het een taak van de ouders om het kind dergelijke vaardigheden aan te leren. Als dit in specifieke gevallen niet mogelijk is, kán begeleiding noodzakelijk zijn.

Tijdens onderwijs is geen begeleiding mogelijk die is gericht op het compenseren van beperkingen bij het leren. Een concentratieprobleem of wegloopgedrag van een kind leidt op zich dus niet tot AWBZ-zorg.

Deze pagina is geactualiseerd op: 22 augustus 2011

U heeft het laatst bezocht