College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.
Bijzonderheden bij behandeling
AWBZ-behandeling heeft raakvlakken met behandeling in de Zvw. De aanspraak heeft ook raakvlakken met de AWBZ-aanspraken begeleiding en verpleging. Welke zorg kan ten laste komen van de AWBZ-aanspraak behandeling?
Monodisciplinaire behandeling
Monodisciplinaire behandeling (één soort behandeling) is alleen AWBZ-zorg als het specifieke zorg betreft. Het feit dat bepaalde zorg niet tot de Zvw behoort, betekent niet dat het automatisch tot het AWBZ-pakket behoort.
Programmatische aanpak
Er is sprake van behandeling in het kader van de AWBZ als er sprake is van een programmatische aanpak met een door de beroepsgroep geaccepteerde methode, gericht op een specifiek doel. De behandeling heeft in principe een bepertkte looptijd. Na afloop kunnen doelstellingen worden bijgesteld en kan een nieuw programma volgen. De methode en het resultaat moeten zich redelijk verhouden met de kosten.
- Gespecialiseerde behandeling van dyslexie, die niet in het onderwijs begeleid kan worden, behoort niet tot de AWBZ (pdf, 40kb)
- Dolfijntherapie is geen AWBZ-zorg (pdf, 47kb)
- Ook bij psychiatrische behandeling kan een vorm van activerende of ondersteunende begeleiding worden ingezet (pdf, 49kb)
Vaardigheidstraining en gedragstraining
Het moet gaan om problematiek die samenhangt met (een van de) specifieke AWBZ-grondslag(en), en om zorg die naar zijn aard tot het AWBZ-domein behoort.
- Remedial teaching kan naar zijn aard niet gerekend worden tot AWBZ-zorg (pdf, 47kb)
- Verwijzing naar andere specialist is geen second opinion (pdf, 36kb)
Disharmonisch profiel
Bij kinderen kan naast het onderwijs onder voorwaarden AWBZ-behandeling kan worden ingezet. Specifieke problematiek ten gevolge van een disharmonische ontwikkeling zoals de interactie tussen ouders en kind, kan een reden zijn voor de inzet van AWBZ-behandeling. Er is sprake van een disharmonisch profiel als er op de verschillende onderdelen van de subtests van de IQ-bepaling (zoals PIQ, VIQ) grote verschillen zijn.
Noodzaak psychische begeleiding
Als activiteiten onlosmakelijk onderdeel zijn van de behandeling kunnen ze onder de geneeskundige zorg vallen. De activiteiten zijn dan noodzakelijk om het doel van de behandeling te bereiken. Ze worden aangestuurd door de behandelaar en er vindt terugkoppeling plaats naar de behandelaar.
Behandeling hoeft zich niet te beperken tot medische interventies maar omvat in de Zvw ook de nodige begeleiding. Als de noodzaak van psychische begeleiding pas na langere tijd optreedt kan er aanspraak op de AWBZ gemaakt worden.
Wanneer een verzekerde op een psychiatrische grondslag in een instelling begeleiding krijgt die niet samenhangt met een noodzakelijke behandeling, dan komt deze ten laste van de AWBZ.
Als ambulante geneeskundige zorg tijdens dit verblijf nodig is, dan komt deze ten laste van de Zvw. Begeleiding tijdens het verblijf komt ten laste van de AWBZ.
- Geen AWBZ-zorg in multidisciplinair behandeltraject bij genderidentiteitsproblematiek (pdf, 49kb)
- Psychische hulp in verband met genderidentiteitsproblematiek na geslachtsveranderende operatie (pdf, 49kb)
Schadelast voor AWBZ moet beperkt worden
Een verzekerde moet er alles aan doen om de ‘schadelast’ voor de AWBZ te beperken, maar die plicht is beperkt door het recht op onaantastbaarheid van het lichaam (artikel 11, Grondwet). Zo is de verzekerde niet verplicht een operatieve ingreep te ondergaan.
Aanleren gedrag en vaardigheden
Als het aanleren van gedrag en vaardigheden onlosmakelijk onderdeel is van een behandeling in de Zvw, hoort het daarbij. Bijvoorbeeld: het (begeleiden bij) oefenen thuis is geen AWBZ-behandeling als dit nauw samenhangt met fysiotherapie of revalidatiezorg. Datzelfde geldt voor een cursus 'spraakafzien en communicatie'. Ook in relatie tot AWBZ en onderwijs bestaat zo'n afbakening.
- Begeleiding in thuissituatie maakt deel uit van het gevolgde revalidatieprogramma en kan niet als AWBZ-zorg worden geïndiceerd (pdf, 49kb)
- Voor eenvoudige oefeningen die ouders met hun kinderen thuis doen in het kader van revalidatiezorg of een monodisciplinaire fysiotherapie of logopediebehandeling, kan geen AWBZ-zorg worden geïndiceerd (pdf, 59kb)
- Leerlingenvervoer is voorliggend op een AWBZ-functie; verzorging van PEG-sondes is geen verpleging; oefenen in thuissituatie is onderdeel van zorg uit tweede compartiment (pdf, 51kb)
- Voor de cursus spraakafzien en communicatie kan geen activerende begeleiding worden geïndiceerd (pdf, 49kb)
Kortdurende verpleeghuisrevalidatie en reactivering
Kortdurende hersteltrajecten na een ziekenhuisopname kunnen ten laste van de AWBZ komen, bijvoorbeeld na een CVA of na een heup- of knieoperatie. Er is dan meestal wel sprake van comorbiditeit (twee of meer aandoeningen tegelijkertijd) en van mindere belastbaarheid van verzekerde waarvoor de specifieke deskundigheid van de verpleeghuisarts noodzakelijk is.
In de revalidatie in de Zvw is er sprake van complexere problematiek en een
intensief programma. Het revalidatieprogramma binnen de AWBZ is minder intensief
dan in een revalidatiecentrum [zie het Tangram-rapport Revalidatie in
Nederland]. In de praktijk beoordelen medisch specialist, revalidatiearts en
verpleeghuisarts in welk traject een verzekerde het beste past.
Als begeleiding thuis onderdeel uitmaakt van het revalidatietraject in het kader
van de Zvw, kan dit niet ten laste van de AWBZ komen. Bijvoorbeeld bij een
'proefverlof'. Revalidatiezorg ten laste van de Zvw omvat een totaalprogramma,
ook in de dagbehandeling bij bijvoorbeeld begeleiding bij het verwerken van een
trauma.
Multidiscliplinaire aanpak
Als een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk is (bijvoorbeeld bij een jong kind met een ernstige gehoorstoornis en beperkingen in de communicatie), is AWBZ-behandeling mogelijk als dit noodzakelijk is voor een optimale ontwikkeling van de communicatie.
Moeilijk objectiveerbare aandoeningen
Bij bepaalde ziektebeelden, zoals bij medisch moeilijk objectiveerbare
aandoeningen (MMOA’s), kan de inzet van zorg antirevaliderend werken. In dat
geval bestaat er geen aanspraak op de AWBZ. De beoordeling van de behandelaar is
van groot belang om te bepalen of de inzet van AWBZ-zorg een antirevaliderend
effect heeft of niet.
Als de verzekerde behandeling weigert, maar dit op grond van het (psychiatrisch)
ziektebeeld niet aan hem te wijten is, is er reden een minimale zorginzet te
bieden (zie ook: AWBZ en Wmo).
- Geen indicatie huishoudelijke verzorging zolang revalidatiebehandeling voorduurt (pdf, 48kb)
- Huishoudelijke verzorging bij moeilijk objectiveerbare aandoening; anti-revaliderend effect op traject van behandeling (pdf, 49kb)
- Huishoudelijke verzorging bij moeilijke objectiveerbare aandoening (pdf, 48kb)
- Bij een medisch moeilijk objectiveerbare aandoening kan zowel het toekennen van huishoudelijke als persoonlijke verzorging een antirevaliderend effect tot gevolg hebben (pdf, 48kb)
- Indiceren van ondersteunende begeleiding heeft antirevaliderend effect op medische situatie van verzekerde (pdf, 48kb)
- Negeren onderbouwd advies van behandelend psychiater onterecht (pdf, 48kb)
- Minimale zorginzet bij MMOA en psychische/psychiatrische problematiek (pdf, 48kb)
Deze pagina is geactualiseerd op: 22 augustus 2011

