College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.

Verblijf en behandeling

Als er feitelijk sprake is van behandeling en verblijf in een AWBZ-instelling moet de instelling een integraal zorgaanbod leveren. Daaronder vallen onder andere medische zorg van algemene aard en psychiatrische zorg, farmaceutische zorg, hulpmiddelen, tandheelkundige zorg, kleding en rolstoelen.

De feitelijke situatie is bepalend

De aanspraak op de zorg van artikel 15 Bza is gekoppeld aan verblijf en behandeling in dezelfde AWBZ-instelling. Een verzekerde heeft uitsluitend aanspraak op de extra zorg van artikel 15 Bza als hij feitelijk in een AWBZ-instelling is opgenomen en van diezelfde instelling feitelijk AWBZ-behandeling ontvangt. Om te kunnen beoordelen of een verzekerde aanspraak heeft op de extra zorg van artikel 15 Bza biedt het hebben van een indicatie voor een ZZP inclusief behandeling onvoldoende inzicht. Ook het gegeven dat een instelling een toelating heeft voor verblijf en behandeling, biedt onvoldoende informatie. De feitelijke situatie is bepalend.

Medische zorg van algemene aard

Medische zorg van algemene aard (huisartsenzorg) verleend door een AWBZ-instelling kan vergoed worden op grond van de AWBZ.
Deze huisartsenzorg kan in zo’n geval worden verleend door bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapten binnen dezelfde instelling waar de verzekerde verblijft.

Ook onderzoek dat deel uitmaakt van deze zorg, bijvoorbeeld een ECG, laboratoriumonderzoek of radiologisch onderzoek maakt onderdeel uit van de aanspraak.

Medisch-specialistische zorg komt niet ten laste van de AWBZ, maar van de Zvw.

Paramedische zorg

Paramedische zorg komt alleen ten laste van de AWBZ als de zorg gericht is op de aandoening waarvoor de verzekerde in de instelling verblijft. De zorg maakt dan onderdeel uit van de specifieke AWBZ-behandeling.
Andere paramedische zorg valt onder de Zvw (artikel 2.6 Besluit zorgverzekering). Als de verzekerde bijvoorbeeld is opgenomen in een instelling voor verstandelijk gehandicapten en ook artrose heeft, komt fysiotherapie voor de artrose niet ten laste van de AWBZ. Als een verzekerde op meer dan één AWBZ-grondslag een indicatie heeft voor verblijf in een instelling, heeft hij aanspraak op paramedische zorg op de verschillende grondslagen.

Integrale (psychiatrische) behandeling

Integrale behandeling is sinds 1 januari 2008 een aanspraak in het kader van de AWBZ. Het gaat hier om behandeling van een psychiatrische aandoening die integraal onderdeel uitmaakt van behandeling van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard.

Binnen AWBZ-instellingen verblijven verzekerden die naast hun primaire grondslag, meestal een verstandelijke handicap ook een grondslag psychiatrie hebben. Voor deze doelgroepen zijn er specifieke behandeleenheden (multifunctionele centra). Integrale behandeling richt zich op een combinatie van ziektebeelden, waaronder een psychische stoornis.
In dit geval is ook de geneeskundige zorg in verband met een psychiatrische aandoening in de AWBZ verzekerd.

Het is niet zo dat er altijd een integrale behandeling moet plaatsvinden als er sprake is van óók een psychiatrische aandoening. Een bewoner van een AWBZ-instelling heeft aanspraak op geneeskundige zorg, ook GGZ, in het kader van de Zvw. Alleen als verblijf en behandeling is geïndiceerd (voor een niet-psychiatrische grondslag) en een integrale behandeling nodig is, komt deze ten laste van de AWBZ.

Farmaceutische zorg

Alle farmaceutische zorg waarop de verzekerde is aangewezen, valt onder de aanspraak (artikel 15 Bza). Ook de medicatie die is voorgeschreven door een medisch specialist. De farmaceutische zorg is niet beperkt tot wat tot het GVS behoort. Bepalend is of een middel is voorgeschreven met een medisch doel.
Ook farmaceutische zorg die niet te maken heeft met de grondslag waarop de verzekerde verblijft, valt onder de aanspraak. Voorgeschreven dieetpreparaten horen daar ook bij.

Hulpmiddelen

Het integrale zorgaanbod bij verblijf en behandeling in dezelfde instelling (artikel 15 Bza) omvat hulpmiddelen die noodzakelijk zijn in verband met de in de instelling gegeven zorg. De aanspraak is niet beperkt tot hulpmiddelen die noodzakelijk zijn voor de behandeling, maar omvat álle hulpmiddelen die noodzakelijk zijn voor de zorg die de instelling levert.

Zie voor meer informatie over de aanspraak op hulpmiddelen de rubriek 'Hulpmiddelen in een instelling'.

Tandheelkundige zorg

De verzekerde die verblijft in een AWBZ-instelling, heeft aanspraak op tandheelkundige zorg, maar die aanspraak is niet onbeperkt. Het moet gaan om doelmatige zorg en de Regeling zorgaanspraken AWBZ (artikel 2) stelt nog een aantal aanvullende regels.
Artikel 9 van de Regeling zorgaanspraken AWBZ regelt dat er voor 'specifieke' tandheelkundige zorg toestemming van de zorgverzekeraar nodig is.

Kleding in verband met het karakter en de doelstelling van de instelling

In principe dragen verzekerden in een instelling hun eigen kleding. Soms is kleding noodzakelijk in verband met het karakter en de doelstelling van de instelling. Die kleding is onderdeel van de AWBZ-zorg. Bijvoorbeeld heupbeschermers (safehip) als valpreventie, speciale kleding om zelfverminking tegen te gaan (krabpak), speciale kleding voor mensen met gedragsproblemen (scheuren), of kleding die gemakkelijk aan- en uit is te trekken (t.b.v. verpleging en verzorging).

Rolstoelen

Als behandeling en verblijf in dezelfde instelling worden geleverd, hebben verzekerden aanspraak op individueel gebruik van een rolstoel  als dat nodig is in verband met een ontbrekende loopfunctie of bij blijvende en langdurige loopfunctiestoornissen (artikel 15 Bza en artikel 3 Regeling zorgaanspraken AWBZ).
De aanspraak geldt óók wanneer een rolstoel nodig is vanwege andere problematiek dan die waarop de zorg door de instelling zich richt.
Is er geen sprake van behandeling en verblijf in dezelfde instelling, dan geldt de compensatieplicht van de gemeente om haar inwoners in staat te stellen zich in en om de woning te verplaatsen (Wmo).

De rolstoel moet adequaat zijn aangepast aan eventuele specifieke omstandigheden van de verzekerde. De aanpassing hoort dus ook tot de aanspraak, inclusief noodzakelijk onderhoud en herstel. Ook vervanging van de rolstoel komt ten laste van de AWBZ. De afschrijvingstermijn van een elektrische rolstoel is drie jaar, van een niet-elektrische rolstoel vijf jaar.
Als het nodig is, kan er ook een tweede exemplaar in een andere uitvoering worden verstrekt (bijvoorbeeld een rolstoel voor binnen en een rolstoel voor buiten).

De zorgverzekeraar (zorgkantoor) is verantwoordelijk voor de levering van een rolstoel en alle toebehoren.

Onderwijs, kleedgeld en zakgeld behoren niet tot de aanspraak Verblijf en behandeling.

Deze pagina is geactualiseerd op: 02 augustus 2012