College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.
Bijzonderheden bij verpleging
De AWBZ-aanspraak verpleging is af te bakenen van aanspraak op persoonlijke verzorging of begeleiding, en van gebruikelijke zorg.
Onderscheid verpleging en persoonlijke verzorging
Voor het onderscheid tussen de functiegerichte aanspraken verpleging en persoonlijke verzorging geeft de aard van de zorg de doorslag. Het onderscheid loopt niet parallel met de historische taakverdeling tussen verpleegkundigen en verzorgenden.
Het uitgangspunt is: alles wat mensen gebruikelijk aan zelfzorg uitvoeren is persoonlijke verzorging. Dat geldt niet alleen voor de persoonlijke verzorging die iederéén nodig heeft zoals bijvoorbeeld wassen, maar ook voor de persoonlijke verzorging die nodig is vanwege een gezondheidsprobleem, zoals een stoma.
Bij de afbakening tussen verpleging en persoonlijke verzorging is het beroep van de zorgverlener is niet van belang, evenmin als de deskundigheid die vereist is voor de zorg. De instelling moet op grond van de Kwaliteitswet zorginstellingen er zorg voor dragen dat de geleverde zorg verantwoord is, en moet er dus voor zorgen dat degenen die de zorg levert daarvoor bekwaam is. Verder stelt de Wet BIG in artikel 96 het strafbaar om zonder noodzaak (kans op) schade te veroorzaken bij de individuele gezondheidszorg.
Toedienen van medicatie
De apotheek moet medicijnen in een voor de verzekerde passende vorm aanleveren. Als dat mogelijk en nodig is, moet de apotheek de medicijnen gedoseerd afleveren, bijvoorbeeld in een weekdoos. Het aanreiken of toedienen van medicijnen behoort tot persoonlijke verzorging. Ook het toedienen van medicatie bij een intacte huid (zalf, oog- oor- en neusdruppels) valt onder persoonlijke verzorging.
Toedienen van medicatie is verpleging als de huid niet intact is, zoals bij injecteren en het aanbrengen van medicatie op een niet-intacte huid.
Sondes en katheters
Het inbrengen en verwijderen van sondes, katheters en dergelijke is verpleging. Vloeistoffen of stoffen via sondes, katheters en dergelijke inbrengen of laten afvloeien, bijvoorvoorbeeld voeding of blaasspoeling, is persoonlijke verzorging.
Verzorging lichaamsopeningen
Het inspecteren, schoonhouden en verzorgen van natuurlijke en onnatuurlijke lichaamsopeningen (stoma, tracheastoma, insteekopening PEG-sonde) bij een intacte huid is persoonlijke verzorging. Bij een niet-intacte huid is het verpleging.
Ook het verzorgen van wonden valt onder het verpleging.
- Onderscheid zorgbehoefte voor wat betreft functies verpleging en persoonlijke verzorging (pdf, 49kb)
- Leerlingenvervoer is voorliggend op een AWBZ-functie; verzorging van PEG-sondes is geen verpleging; oefenen in thuissituatie is onderdeel van zorg uit tweede compartiment (pdf, 51kb)
Uitvoeren voorbehouden handelingen
Het uitvoeren van voorbehouden handelingen in opdracht van een arts is verpleging. Vereiste is wel dat aan voorwaarden als bekwaamheid en duidelijke opdracht is voldaan. Bovendien mogen het geen verpleegkundige handelingen zijn die via de Zvw kunnen worden bekostigd.
Onderscheid tussen verpleging en begeleiding
De aard van de zorg bepaalt of het gaat om een aanspraak op verpleging of een aanspraak op begeleiding. Het beroep van degene die de zorg levert, is niet van belang. Verpleegkundigen leveren ook zorg die onder begeleiding valt. Bij begeleiding gaat het vooral om activiteiten die gericht zijn op gedragsbeïnvloeding.
Het aanleren van verpleegkundige handelingen valt wel onder de functie verpleging.
Onderscheid tussen verpleging en gebruikelijke zorg
Verpleegkundige handelingen die de verzekerde of de ouder van een kind zelf kan aanleren, behoren tot de gebruikelijke zorg. De verzekerde kan dan redelijkerwijs geen aanspraak maken op AWBZ-zorg. Zeker niet als de handelingen vaak of gedurende langere tijd moeten worden uitgevoerd: het is dan doelmatige zorg als de uitvoering van deze handelingen wordt aangeleerd. Er is dan wel aanspraak op het aanleren van de handeling en zonodig op begeleiding.
Tot de gebruikelijke zorg behoren alle verpleegkundige handelingen die mensen redelijkerwijs zelf kunnen uitvoeren. Wat redelijk is, hangt af van een aantal factoren, zoals bijvoorbeelde het leervermogen van de ouders of de verzekerde, en de duur dat de verzekerde op de zorg is aangewezen. Het gaat om handelingen als injecteren, controle van de bloedsuikers en afstellen van een infuuspomp bij een kind met diabetes. Een limitatieve lijst van aan te leren handelingen is niet te geven.
Er is géén sprake van gebruikelijke zorg als het onmogelijk is de verpleegkundige handelingen uit te voeren door:
- technische onmogelijkheid, bijvoorbeeld zelf injecteren op een moeilijk bereikbare plaats;
- fysieke of mentale beperkingen bij degene die de handeling zou moeten uitvoeren;
- onmogelijkheid van ouders om voor kind te zorgen tijdens reguliere arbeidsuren en schooluren.
Deze pagina is geactualiseerd op: 31 januari 2012

