College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.
Voortgezet verblijf
Als iemand 365 dagen ononderbroken in een instelling opgenomen is geweest ten laste van de Zvw en daar nog langer moet blijven, is er sprake van voortgezet verblijf in het kader van de AWBZ.
Als een verzekerde in een ziekenhuis, psychiatrisch ziekenhuis of revalidatieinstelling verblijft, is dit de eerste 365 dagen een verzekerde prestatie in het kader van de Zvw. Er is pas sprake van voortgezet verblijf als de verzekerde 365 dagen ononderbroken ten laste van de Zvw opgenomen is geweest en daar vanwege geneeskundige zorg nog langer moet blijven.
Van voortgezet verblijf is alleen sprake als het verblijf noodzakelijk is
vanwege de geneeskundige behandeling.
Als het om een andere reden nodig is, bijvoorbeeld vanwege toezicht of
begeleiding, dan is er geen sprake van voortgezet verblijf maar van verblijf.
Ook als de verzekerde een extramurale psychiatrische behandeling ondergaat
(bijvoorbeeld iemand die in een RIBW woont er nog een ambulante psychiatrische
behandeling krijgt) is er sprake van verblijf. Het verblijf houdt namelijk geen
verband met de behandeling van de psychische stoornis.
Voortgezet verblijf omvat het verblijf in een instelling gepaard gaande met medisch noodzakelijke geneeskundige zorg, al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
Korte onderbreking opname
Een onderbreking van hoogstens 30 dagen telt niet als onderbreking, maar telt ook niet mee bij de berekening van de 365 dagen. Bijvoorbeeld: als iemand op 1 maart 2008 werd opgenomen in het ziekenhuis, vervolgens op 1 september 2008 werd ontslagen, en op 20 september weer werd opgenomen, kwam de opname niet op 1 maart 2009 (één jaar na opname), maar op 20 maart 2009 ten laste van de AWBZ.
Meerdere onderbrekingen van korter dan 30 dagen is ook mogelijk. Ook dan tellen de onderbrekingen niet mee bij de berekening van de 365 dagen. In het voorbeeld: als de verzekerde ook nog op 20 december werd ontslagen en op 2 januari weer werd opgenomen, kwam het verblijf op 2 april 2009 ten laste van de AWBZ.
Ook als de periode van 365 dagen is verstreken en er is na ontslag binnen dertig dagen weer verblijf nodig, is er geen sprake van een onderbreking. In het voorbeeld: als de verzekerde op 5 mei 2009 werd ontslagen en op 1 juni 2009 weer werd opgenomen, kwam de zorg direct ten laste van de AWBZ.
Als de verzekerde langer dan dertig dagen is ontslagen en daarna weer wordt opgenomen, begint de periode van 365 dagen weer opnieuw te lopen. In het voorbeeld: als de verzekerde op 15 juni 2009 werd ontslagen en op 22 september 2009 weer werd opgenomen, kwam de zorg ten laste van de Zvw en begint de termijn van 365 dagen opnieuw.
De termijn van 30 dagen speelt alleen een rol bij voortgezet verblijf, niet bij verblijf. Als een verzekerde vanuit een verpleeginrichting (verblijf) wordt overgeplaatst naar een algemeen ziekenhuis, is het verblijf in het algemene ziekenhuis vanaf de eerste dag van opname ten laste van de Zvw.
Alle noodzakelijke zorg
Tot het voortgezet verblijf behoren naast de geneeskundige zorg ook eventueel noodzakelijke verzorging, verpleging en paramedische zorg voorzover deze paramedische zorg gericht is op de aandoening waarvoor de verzekerde in de instelling verblijft. Andere paramedische zorg kan onderdeel zijn van de Zvw. Ook de aanvullende aanspraken van artikel 15 Bza, zoals farmaceutische zorg of hulpmiddelen, zijn onderdeel van voortgezet verblijf.
Deze pagina is geactualiseerd op: 29 november 2011

