College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.

Gebruikelijke zorg

Het is gebruikelijk dat ouders, partners, inwonende kinderen en huisgenoten in bepaalde mate de zorg voor een gezinslid of huisgenoot op zich nemen. Dit heet gebruikelijke zorg. Voor deze zorg heeft een verzekerde geen AWBZ-aanspraak.

Aanspraak AWBZ-zorg bij gebruikelijke zorg

Een verzekerde heeft op grond van artikel 2, lid 2, Bza alleen aanspraak op AWBZ-zorg als hij daar uit het oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op is aangewezen. Dat betekent dat als het mogelijk is op een andere manier in de zorgvraag te voorzien, er geen aanspraak op de AWBZ is. De alternatieve manieren waarop een verzekerde in zijn zorgvraag kan voorzien zijn: algemeen gebruikelijke voorzieningen, gebruikelijke zorg en mantelzorg.

Gebruikelijke zorg door partners, ouders en huisgenoten

Gebruikelijke zorg bestaat uit de activiteiten die partners, ouders van kinderen of huisgenoten normaal gesproken geacht worden voor elkaar te doen. Welke zorg mensen elkaar moeten bieden, hangt af van hun sociale relatie. Hoe intiemer de relatie, des te meer zorg ze elkaar horen te geven.

Vanuit het oogpunt van de AWBZ is het van belang te weten welke activiteiten partners, ouders van kinderen en huisgenoten al geacht worden te doen vanuit andere verplichtingen zoals het uitvoeren van huishoudelijke taken. Dit weegt mee bij de mate waarin zij overbelast zijn of dreigen te raken en bij de vraag in hoeverre van hen verlangd kan worden om bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of begeleiding te bieden aan hun partner, kind of huisgenoot.

Persoonlijke verzorging

Partners worden geacht elkaar enige persoonlijke verzorging te geven. Die zorgplicht is beperkt tot drie maanden. Volwassen kinderen en ouders zijn niet verplicht elkaar persoonlijke verzorging te bieden; huisgenoten die geen partnerrelatie met elkaar hebben, ook niet.

Het feit dat de partner van de zorgvrager een ongebruikelijk lange werkweek heeft, is niet relevant. Ook dan moet hij de gebruikelijke zorg leveren.

Voor zover de verplichte werktijden van de partner tot gevolg hebben dat deze bepaalde taken niet kan uitvoeren, vallen deze taken niet onder de gebruikelijke zorg. Bijvoorbeeld als de partner ploegendienst moet draaien, of vanwege het werk langere tijd van huis is. Voor de niet-uitstelbare taken, zoals het verzorgen van kinderen, bestaat er aanspraak op AWBZ-zorg. Drukke seizoensarbeid is echter geen reden om geen gebruikelijke zorg te leveren.

Gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen

Wat gebruikelijke zorg van ouders voor hun kinderen is, hangt vooral af van de leeftijd van het kind. Bij een baby of klein kind is de gebruikelijke inzet van ouders veel groter dan bij een 15-jarige. Wat kan meespelen is dat bepaalde handelingen bij een gehandicapt kind veel langer kunnen duren dan bij een gezond kind.
Als kinderen van 12 jaar en ouder geen intieme persoonlijke verzorging en verpleging van hun ouders wensen, valt deze zorg niet onder de gebruikelijke zorg. Voor deze handelingen kan dan een indicatie voor AWBZ-zorg worden afgegeven. De leeftijdsgrens van 12 jaar is gerelateerd aan de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO): kinderen vanaf 12 jaar hebben eigen beslisbevoegdheid wat betreft de lichamelijke integriteit.
Het is gebruikelijk dat ouders tijdens schoolvakanties meer aandacht en tijd aan hun kinderen besteden. Voor zorg die boven die gebruikelijke inzet gaat, is er aanspraak op AWBZ-zorg.

Het is niet ongebruikelijk dat ouders extra aandacht besteden aan hun kind, bijvoorbeeld door thuis oefeningen met het kind te doen of het te begeleiden naar zwemles.

Kinderoppas, naschoolse opvang en dergelijke zijn geen AWBZ-zorg. Ook het instrueren van een oppas of begeleider is in eerste instantie de taak van de ouder. Als dat niet mogelijk is, bestaat er zonodig tijdelijk aanspraak op verpleegkundige coaching en begeleiding. Het is wel mogelijk om de bovengebruikelijke zorg tijdens de opvang te indiceren als een kind door zijn beperkingen of zorgbehoefte geen gebruik kan maken van (reguliere) kinderopvang. Hiermee kan de extra zorg tijdens de opvang worden bekostigd. De opvang zelf blijft echter de (financiële) verantwoordelijkheid van de ouders; hiervoor kan dus geen aanspraak op AWBZ-zorg worden gemaakt.

Voor de beoordeling van de omvang van gebruikelijke zorg gelden zekere marges. Er zijn nu eenmaal ‘makkelijke’ en ‘moeilijke’ kinderen (tegenstribbelen is niet ongewoon). Een standaardkind bestaat niet. Ook bij gezonde kinderen kan de zorg per dag in omvang verschillen. AWBZ-zorg komt pas aan de orde in een chronische situatie waarin de gebruikelijke zorg in vergelijking met gezonde kinderen van dezelfde leeftijd substantieel wordt overschreden. Met ‘substantieel’ wordt bedoeld méér dan 1 uur bovengebruikelijke zorg per etmaal. Ook weegt mee of de zorg gemakkelijk uitgevoerd kan worden tijdens de dagelijkse zorg voor het kind.

In de beleidsregel 'Gebruikelijke zorg' staan richtlijnen over wat gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen bij verschillende leeftijden is. De Beleidsregel is bedoeld voor de indicatiestelling door het CIZ.

Gebruikelijke zorg van inwonende kinderen voor hun ouders

Voor inwonende meerderjarige kinderen is de gebruikelijke zorg die zij aan hun ouders bieden gelijk aan die van huisgenoten onderling.

Gebruikelijke zorg niet kunnen leveren door verplichte werktijden partner

Dat de partner van de zorgvrager een ongebruikelijk lange werkweek heeft, is niet relevant. Ook dan moet hij de gebruikelijke zorg leveren.

Als de partner door verplichte werktijden, bijvoorbeeld bij ploegendienst of langdurige afwezigheid vanwege het werkt bepaalde taken niet kan uitvoeren, dan vallen deze taken niet onder de gebruikelijke zorg. Voor de niet-uitstelbare taken, zoals het verzorgen van kinderen, is er dan aanspraak op AWBZ-zorg. Drukke seizoensarbeid is echter geen reden om geen gebruikelijke zorg te leveren.

Overbelasting of beperkingen van degene die gebruikelijke zorg levert

Bij overbelasting of dreigende overbelasting van de zorgende huisgenoot, partner of ouder kan AWBZ-zorg worden ingezet. Beperkingen in de belastbaarheid moeten door of onder verantwoordelijkheid van een arts vastgesteld worden. Het gaat erom of de partner daadwerkelijk de gebruikelijke zorg niet kan bieden. Die beoordeling moet integraal plaatsvinden, niet per afzonderlijke functie. De huishoudelijke taken die iemand moet doen spelen daarbij ook mee.

Ook als degene die gebruikelijke zorg zou moeten leveren dat niet kan doordat hij zelf beperkingen heeft, is er aanspraak op AWBZ-zorg.

De psychische belasting van ouders die een gehandicapt kind krijgen kan zo zwaar zijn dat zij toch zijn aangewezen op AWBZ-zorg, ook als de gebruikelijke zorg niet wordt overschreden. Coaching en coping, een onderdeel van behandeling in het kader van de Zvw, kan in dergelijke situaties bijdragen tot herstel van de balans tussen draaglast en draagkracht. Naast behandeling vanuit de Zvw kan in dat geval evt. tijdelijk AWBZ-begeleiding worden ingezet (respijtzorg).

Uitruil van functies bij bovengebruikelijke zorg

Als iemand aanzienlijk meer zorg levert dan gebruikelijk is, dan is uitruil met een andere functie mogelijk. Als de partner bijvoorbeeld veel persoonlijke verzorging geeft, kan dit gecompenseerd worden met een indicatie voor een andere functie. Als maximum geldt de omvang van de AWBZ-zorg die zónder uitruil aan de orde zou zijn.

Uitruil is alleen mogelijk als de bovengebruikelijke zorg door de huisgenoot, partner of ouder wordt gegeven, niet als een uitwonende mantelzorger de zorg geeft.

Uitruil is alleen binnen de AWBZ mogelijk. Uitruil met huishoudelijke verzorging is dus niet mogelijk omdat deze onder de Wmo valt.

Gebruikelijke zorg bij verpleging, begeleiding en behandeling

Verpleegkundige handelingen behoren niet tot de gebruikelijke zorg. Een uitzondering hierop zijn verpleegkundige handelingen die de verzekerde zelf of de ouder van een kind kan aanleren. De verzekerde kan dan redelijkerwijs geen aanspraak maken op AWBZ-zorg. Bijvoorbeeld als die handelingen vaak of langdurig moeten worden uitgevoerd. Ook als de handelingen tijdens de normale verzorging uitgevoerd kunnen worden, is doelmatige zorg aan te leren.

Als een verzekerde activiteiten moet aanleren die onder gebruikelijke zorg vallen, heeft de hij aanspraak op het aanleren ervan en zonodig op begeleiding. Als de verzekerde een partner heeft die de gebruikelijke zorg kan leveren, wordt die geacht dat te doen zolang de verzekerde het niet zelf kan. Dat neemt niet weg dat de verzekerde in staat moet worden gesteld de activiteiten aan te leren.

Als de verzekerde of de ouder van een kind niet in staat is een handeling aan te leren bestaat er wél aanspraak op verpleging ten laste van de AWBZ. Dat geldt ook voor verpleegkundige handelingen in periodes dat een kind op school is of de ouders werken.

Het bieden van behandeling vereist specifieke professionele deskundigheid. Bij behandeling is gebruikelijke zorg niet aan de orde.

Deze pagina is geactualiseerd op: 22 augustus 2011

U heeft het laatst bezocht