College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.
Auditieve hulpmiddelen
Verzekerden met gehoorverlies komen in aanmerking voor één of meerdere hulpmiddelen die de gehoorfunctie verbeteren. Er geldt een vergoeding voor solo-apparatuur en gehoorhulpmiddelen, zoals elektro-akoestische hoortoestellen, ringleidingen, infrarood/FM-apparatuur en oorsuismaskeerders.
Vergoeding BAHA-hoortoestellen
Het Bone Anchored Hearing Aid ofwel BAHA-hoortoestel is een in het bot verankerd toestel. Vanaf 1 januari 2012 komen zowel de eerste plaatsing als de vervanging van een BAHA-hoortoestel voor rekening van het ziekenhuisbudget.
Vergoeding gehoorhulpmiddelen
De indicatie voor een vergoeding van gehoorhulpmiddelen is gedetailleerd en specialistisch omschreven. Afhankelijk van de mate van gehoorverlies heeft een verzekerde recht op één of meerdere gehoorhulpmiddelen, zoals:
- een elektro-akoestisch hoortoestel voor persoonlijk gebruik om op of aan het
lichaam te dragen, in een gewone of een bijzondere uitvoering. Bijzondere
uitvoeringen zijn:
- cros of bicros;
- met een beengeleider;
- één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen;
- één uitwendige microfoon en één aansluiting;
- één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting;
- een ringleiding met snoer en versterker en eventueel een tafelmicrofoon;
- infraroodapparatuur of FM-apparatuur met een ontvanger en een zender, eventueel met inductiespoel of hoofdtelefoon of in kinbeugeluitvoering, ook met één tafelmicrofoon;
- een oorsuismaskeerder.
Een verzekerde krijgt bovengenoemde hulpmiddelen inclusief de vervanging van oorstukjes.
Niet alle gehoorhulpmiddelen worden vergoed
De volgende gehoorhulpmiddelen komen niet voor rekening van de basisverzekering:
- de toepassing van de ringleiding, infraroodapparatuur of FM-apparatuur voor algemeen gebruik zoals in vergaderzalen, theaters of kerken;
- babyfoons, telefoonversterkers, koptelefoons of luisterkragen;
- systemen voor optische of gevoelszintuiglijke waarneming, zoals communicatie-units die bestaan uit vibrators, flitsbellen of knipperlichten en licht- of trilwekkers. Deze hulpmiddelen vallen onder de hulpmiddelen voor communicatie en signalering.
Maximale vergoeding en te betalen kosten
De zorgverzekeraar vergoedt de aanschafkosten van gehoorhulpmiddelen. Alleen bij een elektro-akoestisch hoortoestel heeft de verzekerde recht op een maximale vergoeding. Dat betekent dat de verzekerde de meerkosten zelf moet betalen. De hoogte van de maximale vergoeding is afhankelijk van de gebruiksduur:
- 509,50 euro (in 2012) voor de eerste aanschaf of een gebruik korter dan 6 jaar;
- 600,50 euro (in 2012) voor een gebruik tussen de 6 en 7 jaar;
- 691,- euro (in 2012) voor een gebruik langer dan 7 jaar.
Voor een cros-, bicros- of beengeleideruitvoering (in brilmontuur) ontvangt de verzekerde bovendien 66,- euro (in 2012) boven op deze vergoedingsbedragen.
Verzekerden jonger dan zestien jaar ontvangen altijd het hoogste vergoedingsbedrag. Voor hen is de hoogte van de vergoeding niet afhankelijk van de gebruiksduur.
Te betalen kosten
Voor rekening van de verzekerde komen de kosten van:
- de vervanging van batterijen of accu’s;
- periodieke onderhoudsbeurten.
Vergoeding van solo-apparatuur
Solo-apparatuur en toebehoren bestaan uit de ontvanger en zender met bijbehorende microfoons, oplaadapparatuur en snoertjes en koppelingsaccessoires bij gebruik van een hoortoestel. Een verzekerde heeft in principe recht op solo-apparatuur:
- als een gehoormeting van het beste oor ten minste 40 dB gehoorverlies optreedt (volgens de zgn. Fletcherindex) of 50 dB bij hogere tonen; of
- als er minimaal 3dB hinderlijk gehoorverlies optreedt bij het verstaan van spraak in ruis (volgens de zgn. meetmethode van Plomp) (bij jonge kinderen overigens moeilijk meetbaar).
De apparatuur wordt alleen verstrekt als de verzekerde het nodig heeft, bijvoorbeeld:
- voor het volgen van regulier onderwijs;
- voor het volgen van speciaal onderwijs in klassikaal of groepsverband dat niet specifiek gericht is op dove en slechthorende leerlingen;
- voor het volgen van her- of bijscholing of niet tot regulier onderwijs behorende beroepsopleidingen in klassikaal of groepsverband;
- bij het verrichten van betaalde of niet-betaalde werkzaamheden in een gestructureerd en georganiseerd verband (de verzekeraar moet dit nader beoordelen);
- tijdens het ondergaan van een groepsgewijze therapeutische behandeling op medisch noodzakelijke gronden.
Deze pagina is geactualiseerd op: 29 december 2011

