College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.
Hulpmiddelen voor het bewegingssysteem
Lichamelijke hulpmiddelen helpen een verzekerde bij aandoeningen of stoornissen die het bewegen of handelen bemoeilijken. Binnen het basispakket geldt een vergoeding voor hulpmiddelen ter compensatie voor de arm-, hand- en vingerfunctie, hulpmiddelen voor het bewegingsysteem, loophulpmiddelen en schoenvoorzieningen.
Vergoeding van hulpmiddelen voor arm-, hand- en vingerfuncties
Een verzekerde heeft recht op hulpmiddelen ter compensatie van onvoldoende arm-, hand- en vingerfunctie. Voorbeelden van zo'n hulpmiddel zijn de robotmanipulator en een eetapparaat. Iemand die voor de uitvoering van basale activiteiten, zoals zelfstandig eten of drinken of voorwerpen verplaatsen afhankelijk is van professionals, komt voor de hulpmiddelen in aanmerking. Beperkingen of aandoeningen van verzekerden kunnen zijn:
- spierziekten, zoals Duchenne en spierdystrofie;
- ernstige spasticiteit;
- andere ziektebeelden, zoals hoge dwarslaesie, MS en reumatoïde artritis.
De zorgverzekeraar bepaalt de doelmatigheid van de inzet van deze hulpmiddelen mede door:
- het bevorderen van de mogelijkheid om (langer) zelfstandig te wonen;
- de afname van een beroep op de mantelzorg; en
- de afname van een beroep op de professionele zorg.
Vergoeding van hulpmiddelen voor het bewegingssysteem
Hulpmiddelen voor het bewegingssysteem zijn uitwendig lichaamsgebonden hulpmiddelen die een verzekerde kan gebruiken voor zijn klachten gerelateerd aan het houdings- en bewegingssysteem. Om voor vergoeding in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden:
- er is sprake van een ernstige aandoening;
- de verzekerde is langdurig op het hulpmiddel aangewezen en niet uitsluitend bij sportactiviteiten.
De aandoeningen die deze klachten veroorzaken zijn zeer divers. De hulpmiddelen worden onder meer gebruikt voor de behandeling van letsels en aandoeningen van de wervelkolom, bot- en peesletsels, artrose, instabiele gewrichten, voetafwijkingen en verlamming.
Voorbeelden van hulpmiddelen die onder deze aanspraak vallen zijn:
- korsetten voor afwijkingen aan de wervelkolom;
- lig- en zitorthesen, tenzij de zitorthese onderdeel uitmaakt van een rolstoel of kinderduwwandelwagen;
- redressiehelm;
- orthopedische beugelapparatuur;
- braces;
- orthopedische schoenen en orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen.
Te betalen kosten en eigen bijdrage
De kosten voor het confectieschoeisel zijn voor rekening van de verzekerde. Voor orthopedische schoenen geldt een bijdrage van 139,- euro (in 2012) per paar. Verzekerden jonger dan 16 jaar betalen een eigen bijdrage van 69,50 euro (in 2012) per paar.
Vergoeding van loophulpmiddelen
Verzekerden bij wie van te voren vaststaat dat zij langdurig gebruik moeten maken van een hulpmiddel om te kunnen lopen, en zich niet kunt redden met een eenvoudiger hulpmiddel, zoals een wandelstok, kunnen aanspraak maken op een loophulpmiddel. Daarnaast moet de verzekerde last hebben van:
- evenwichtsstoornissen, of
- functiestoornissen van de benen, al dan niet met defecten, of
- stoornissen in het uithoudingsvermogen of vormen van lichamelijke zwakte, zoals ernstige longaandoeningen of onvoldoende hartwerking. Met de aanschaf van het loophulpmiddel behoudt de verzekerde zelfredzaamheid of voorkomt opname in een instelling.
Voldoet een verzekerde aan deze voorwaarden dan heeft die persoon recht op een:
- kruk;
- loophulpmiddel op drie of vier poten;
- looprek;
- rollator; of
- loopwagen.
Afhankelijk van de persoonlijke situatie kan een verzekerde ook aanspraak maken op een serveerwagen, blindentaststok, trippelstoel of loopfiets.
Serveerwagen
Een verzekerde heeft recht op een serveerwagen als deze langdurig nodig is en de persoon zich niet kan redden met een eenvoudiger hulpmiddel. Daarnaast geldt dat de verzekerde ook een hand- of armfunctiestoornis heeft.
Een verzekerde heeft geen recht op een serveerwagen als de persoon al beschikt over een rollator, een trippelstoel of een rolstoel voorzien van een serveerfunctie.
Trippelstoel
Een verzekerde heeft recht op een trippelstoel als:
- vooraf duidelijk is dat de persoon daarvan langdurig gebruik zal maken;
- de persoon zich binnenshuis alleen zittend kan verplaatsen en niet beschikt over een in huis bruikbare rolstoel;
- de persoon recht heeft op een looprek of rollator, maar deze niet kan gebruiken door een gestoorde hand- of armfunctie; of
- de persoon zich niet zonder gebruik van de handen staande kunt houden.
Iemand die alleen staproblemen heeft, kan geen aanspraak maken op een trippelstoel. In die situatie kan bijvoorbeeld een barkruk al uitkomst bieden. Zo'n aanschaf is dan voor rekening van de verzekerde.
Loopfiets
Een verzekerde heeft recht op een loopfiets als:
- vooraf duidelijk is dat de persoon daarvan langdurig gebruik zal maken;
- de persoon last heeft van functiestoornissen van de benen, eventueel met defecten; of
- de persoon zich niet kunt redden met een eenvoudiger loophulpmiddel.
Niet alle loophulpmiddelen worden vergoed
De volgende loophulpmiddelen of onderdelen daarvan vallen niet onder de dekking van de zorgverzekering:
- kruipsteunen. Deze hulpmiddelen vallen onder de Wet voorzieningen gehandicapten;
- steun- en wandelstokken, al dan niet wit of voorzien van rode bandjes (herkenningsstok);
- dopjes voor taststokken. Dit zijn kosten voor normaal gebruik.
Deze pagina is geactualiseerd op: 04 januari 2012

